woensdag 7 december 2011

Boerboel aanschaffen?

Wil je een Boerboelpup aanschaffen, laat je dan goed informeren, er is op het internet genoeg goede en slechte info over de Boerboel te vinden, Tegenwoordig is het zo dat elke Boerboel vooral van achter een Computer al tot geweldige dingen in staat is, maar de echte geschiedenis voor de Boerboel wordt al lang niet meer geschreven, behalve zijn mooie uiterlijk. Een Boerboel kan nog van alles, maar hoeft niets meer te laten zien. Maar tussen zeggen en daadwerkelijk doen zit toch een wereld van verschil. Waar een ras zoals de Boerboel tegenwoordig alleen geschiedenis in schrijft is het promoten van talloze medische mankementen en een zeer korte levensduur.
Een Boerboel is tegenwoordig gewoon een artikel, je vind ze nog net niet met een barcode in de supermarkt naast de bloemkool. Wat het Boerboelras heeft gedaan, eventueel nog kan, of in de toekomst nog kan gaan doen, poeh, dat is zoveel werk en het gaat allemaal toch wel lekker makkelijk zo. En zo is het al jarenlang. Overal zie je fokkers opduiken die beweren te fokken zoals een ras hoort te zijn, maar het voegt toch maar bar weinig toe. Iemand met een reu en een teef met een beetje scores noemt zich al gauw een fokker en een kenner. Doe er een leuke website bij met wat listige gekopieerde tekst, neem de oude bekende tekst van dit ras over en je bent ineens een ras expert en begrijpt alle in en outs van het ras. Men weet alles van de geschiedenis, alsof men persoonlijk aanwezig is geweest bij het ontstaan van het ras.

Je hebt tegenwoordig ook nog wel goede fokkers met een prima website vol met goede informatie. Iemand die zowel de reu als de teef laat testen op diverse erfelijke aandoeningen en de rasstandaard kent alvorens ze te gaan gebruiken om te fokken, dat is tegenwoordig in deze wereld toch al een groot verschil en een goed begin. Dat zegt toch wat over de honden, hun karakter en hun gezondheid en de intenties van de fokker. En je hebt kneuzen van fokkers die na jarenlang diverse rassen te hebben gefokt echt nog geen idee hebben over het ras, maar wel beweren dat ze een exclusiviteit hebben omdat ze super kruising Boerboels x fokken. Er is totaal geen enkele controle, alles en iedereen heeft de vrije hand, dat blijkt wel uit het grote aantal "supermixen" wat je op sites zoals Marktplaats en Speurders kan vinden. Men gaat al met een Boerboel kruisen, terwijl we het ras nog niet eens kennen. Zal ik hem inpakken of gaat het zo mee? Tasje erbij? Diep triest. Wat mensen al niet doen voor een paar euro. En er zijn al heel wat fokkers die toch maar een andere baan hebben gezocht. Dus bekijk de fokkers maar eens goed voordat je er een pup gaat bestellen, de smaken verschillen nog al. Mooi is per definitie ook niet altijd goed, tegenwoordig vind je ze in alle leuke mode kleurtjes, maar dat is ieder zijn keuze. Mooie verhaaltjes, leuke foto's en prachtige beloftes en een lekker kopje koffie laten een hond niet gezond lopen en oud worden.En natuurlijk zijn pups altijd een aandoenlijk gezicht, maar een hond is toch maar heel even pup. Doe verstandig onderzoek, je wilt ten slotte jarenlang plezier hebben van je Boerboel. Heb je enige twijfel, doe het dan niet. 

Wolfsklauwen

Wolfsklauwen


Soms komen in de nesten van de Boerboel gespoorde pups voor.
Hoewel de standaard niets vermeld over deze wolfsklauwen
die men her en der aantreft,
zijn de liefhebbers en de fokkers het eens over het weghalen van de
wolfsklauwen van de achterste ledematen.
Ze zijn immers volkomen nutteloos en bovendien gevaarlijk
voor het veroorzaken van min of meer ernstige verwondingen.
Professor A.Reul schreef hierover het volgende:
"Waartoe dient die extra wolfsklauw?
Tot helemaal niets.
Het is een overblijfsel van een orgaan, zonder enige functie,
waarvan de aanwezigheid de hond kan remmen bij het lopen
in het struikgewas.
In puur wetenschappelijk opzicht,
moeten we de afwezigheid van wolfsklauwen beschouwen als een stap naar de vooruitgang.
Het schijnt inderdaad zo, dat de meeste primitieve zoogdieren types waren met zeven tenen.
Later, naarmate de dieren evolueerden, heeft de wegkwijning de vijftenige types voortgebracht.
Tenslotte, heeft bij sommige soorten, waaronder de paarden, de natuurlijke evolutie geleid
tot het huidige ééntenige type dat een voordeel is bij de onmiddellijke en gemakkelijke
uitvoering van een bevel."
De verwijdering van de wolfsklauw houdt geen enkel bedrog in,
aangezien de standaard dit niet tegenspreekt.
Het is nuttig voor het dier en voor het fokken,
want wanneer men deze handeling herhaald van generatie tot generatie,
mondt dit uit in de natuurlijke opheffing van de wolfsklauwen.
De ergotectomie of het wegnemen van de wolfsklauwen, is eerder een goede dan een kwade zaak.

Blauwe Boerboel

De laatste tijd verschijnen in bepaalde Boerboel bloedlijnen,(trouwens ook in andere rassen)
honden die een blauw-grijze of blauw-muisgrijze kleur hebben.
En hun aantal lijkt te stijgen. Waarom gaat het precies? Laten we de genetische aspecten
van dit nieuwe verschijnsel onderzoeken.
In de genetica zijn verschillende genen verantwoordelijk voor de vachtkleur van de hond.
Het gen dat ons in dit geval interesseert, wordt geïdentificeerd door de letter „D“.
Dit is de eerste letter van het Engelse woord “Dilution“.
Dit gen bestaat uit twee allelen : het dominante “D“ en het recessieve “d“.
De impact van “d” is slechts uiterlijk zichtbaar wanneer dit allel in tweevoud aanwezig is
en bijgevolg aanwezig moet zijn in elk van de twee ouders.
Met andere woorden, de paring van twee Boerboels, beiden dragers van het recessief allel “d”,
zal één of meerdere puppies geven die dit allel in tweevoud bezitten.
In aanwezigheid van het paar “dd“, verdunt het zwarte pigment, genaamd eumelanine, volledig.
Eumelanine zorgt voor de zwarte kleur van de huid, het haar en de iris van de hond.
De zwarte kleur van het masker en van het “zwart-gevlamd” (charbonné) verdunt zich
en gaat over naar “blauw-grijs“ (slate blue). Vandaar het woord “blauw“.
De neus, de voetzolen, het gehemelte en de omtrek van de ogen worden “blauw-zwart“.
De impact van „dd“ op de vaalrosse kleur (pheomelanine) vervaagt de kleur
en maakt de vacht minder glanzend (“flattening or dulling” in het Engels).

In overeenstemming met de tweede wet van Mendel, geeft de paring van twee fawn kleurige Boerboels
die elk één recessieve allel “d“ dragen, de volgende nestsamenstelling:

•      25% BB (Fawn) die geen allel “d“ bezitten;
•      50% BB (Fawn) die één allel “d“bezitten;
•      25% van “blauw-grijs“ die het allel “d“ in dubbele dosis bezitten.

Met andere woorden, de helft van de puppies of 2/3 van de Boerboels van dit nest zijn,
net zoals hun ouders, ook dragers van het recessieve allel “d“.
In enkelvoudige dosis kan dit recessieve allel zich gedurende enkele generaties onzichtbaar
verspreiden en plotseling opduiken tot grote verbazing van de fokker.
Volgens de wetten van Mendel, geeft de paring van twee „blauwe“ honden altijd “blauwe“ puppies.
Een onderzoek op Internet wijst op het bestaan van dit allel bij andere rassen
zoals de Duitse Herder, de Boxer, de Dobermann en de Duitse Dog.

Een genealogisch onderzoek lijkt noodzakelijk om de oorsprong van het inbrengen van dit
recessief allel te lokaliseren en om de “d” dragende bloedlijnen te identificeren.
Het is belangrijk om dit in kaart te brengen omdat de zogenaamde “blauwe” honden aanleg vertonen
voor bepaalde pathologische aandoeningen. Er zijn al enkele gevallen gemeld.
In andere rassen zijn ze zelfs goed gekend. Over welke aandoeningen gaat het?
Laat ons enkele aspecten bekijken.

De honden die drager zijn van "dd“ lijken vatbaar voor een vorm van haarverlies (alopecie).
“Color Dilution Alopecia“ (CDA) is de gebruikelijke geneeskundige term.
Het begin van de periode van haarverlies bevindt zich tussen de leeftijd van zes maanden
en drie jaar.
Het getroffen deel van de huid is over het algemeen schilferig en gevoelig voor
bacteriële besmettingen.
De oorzaak van deze ziekte is niet gekend.
Hoewel er een duidelijk verband bestaat tussen verdunde pigmentatie en haarverlies,
zijn er toch honden die eraan ontsnappen.
Bij de Dobermann bijvoorbeeld zijn 50 tot 80% van de honden met verdunde pigmentatie
ook getroffen door haarverlies.

De aanwezigheid van het allel “d“ in dubbele dosis is ook verantwoordelijk voor het verdunnen
van de iriskleur. Dat geeft aan het oog een “grijs-blauwe” tint die evolueert met de leeftijd,
of wazige ogen (smoky eyes).
Het oog is niet meer bruinachtig of donker.
Het blauwachtige oog is wellicht minder bestand tegen het licht en, ernstiger nog,
er zijn ook oogziektes gesignaleerd.  

Wat leert ons de geschiedenis? Een diepgaande studie van de historische teksten
maakt het mogelijk om een beroep te doen op de ervaring van onze voorgangers.
De genomen beslissingen in het verleden zijn leerrijk op dit gebied.
Om ons ras opnieuw samen te stellen (1990), na de bijna volledige uitroeiing
, organiseerde zich een groep Boerboelliefhebbers. Zij adviseerde om enkel die honden,
die strikt aan de vereisten van de rasstandaard voldeden, te erkennen als Boerboel.
Ze werden ook als dusdanig erkend indien ze een andere kleur hadden dan deze die werd aanvaard
voor de vroegere variëteiten, op voorwaarde dat deze kleur voorkomt in het gamma van de tinten.

“Hoewel ik voorstander ben om aan onze honden alle ruimte te geven
die toebehoort aan het autochtoon ras,
ben ik er radicaal tegen om kleuren toe te laten die men vroeger nooit in het land ontmoette.
In het land van herkomst waren er geen chocoladebruine Boerboels,
noch een blauw-muisgrijze of een zwarte met fel gevlamde kleuren
zoals de Dobermann of de Beauceron“.

“Blauw-grijs“ heeft nooit deel uitgemaakt van het genetische erfdeel van onze Boerboel.
Geen enkele oude rasstandaard heeft deze vachtkleur ooit vermeld.
De kleur van de ogen, wordt in elke rasstandaard beschreven als bruin, bij voorkeur donker.
Het ligt aan de ethische verantwoordelijkheidsgevoel van alle fokkers
om deze “verdunningsgenen met pathologische aanleg” uit de genetische pool van
onze Boerboels te verwijderen.
De voortreffelijke reputatie van gezondheid en kwaliteiten van de Boerboel
moet ongeschonden blijven. De naam “Boerboel“ is en blijft uitsluitend voorbehouden aan de
kortharige variëteit met de in de oude rasstandaard op genomen erkende kleuren.

zondag 26 september 2010

Waneer stopt de waanzin??

Waneer stopt de waanzin!?

De verwoesting van de Boerboel is in volle gang. Verschillende rassen, die vroeger als diensthond/werkhond perfecte prestaties leverden, zijn AL kapot gefokt omdat ze, vaak onder invloed van TV programma's, opeens populair werden. Maar dit is nog niet eens de belangrijkste reden. Persoonlijk ben ik van mening dat de invloed van de showring en die van de sportafrichting, met programma's zoals FCI ,Schutzhund en IPO, een rampzalige invloed hebben gehad op de verwoesting van rassen zoals b.v. de Duitse Herder, de Rotweiller, Dobberman Pincher, Boxer, Bouvier. En hebben we nu het ergste al gehad?

Nee,nu is de Boerboel aan de beurt.

Rasstandaarden worden constant bijgesteld,En is dit je nog niet goed genoeg ,geen probleem,begin een nieuwe rasvereniging met een eigen rasstandaard die aansluit op jouw fok visie,SABT,HBSA,EBBASA int, Boerboel Int,KUSA,SAMBA,EBBASA ltd, men ziet door de bomen het bos niet meer.

Onder invloed van de overheden, die met allerlei belachelijke wetgeving, zoals de lijsten van gevaarlijke honden, begonnen zijn aan de uitroeiing van hondenrassen, huilen de z.g. Kynologenverenigingen en rasverenigingen met de wolven in het bos mee. Worden er programma's ontwikkeld om karaktertesten te doen. Worden er fokprogramma's ontwikkeld om de Boerboels te muteren tot willoze, hersenloze,bonte mengsels en vooral karakterloze schepsels. De honden goeroes, die aan de ene kant (terecht) kritiek hebben op de politiek, prediken aan de andere kant schaamteloos  dat fokkers de aangeboren beschermingsdrang van onze waardevolle Boerboels moeten wegfokken,zodat ze ook in de stad kunnen functioneren en allemans honden worden.

HOE WAS HET,De Boerboel. Een ras, GELUKKIG, nog niet bekend bij het grote publiek, en NOG VEEL GELUKKIGER, niet erkend door de FCI. Zodra het ras door de FCI geregistreerd is kan de verwoesting in alle hevigheid losbarsten. Zo was het.

EN NU,De Boerboel, die tot op heden redelijk ongeschonden uit de strijd kwam, is jammer genoeg TOCH ten volle ontdekt door de showring, Men wil FCI erkenning, dus daar is de verwoesting nu ook al begonnen.
Het is de allerhoogste tijd dat de echte fokkers, in de bres springen . En gaan vechten, keihard vechten om de totale verwoesting te voorkomen.

Ja ,vroeger deed ik hier aan mee,In het verleden heb ik vaak hondenshows bezocht met mijn honden en steeds vaker vroeg ik mijzelf af wat ik daar nu eigenlijk deed. Ik verwonderde mij erover hoe mensen nu kunnen gaan staan kijken naar honden die niet eens meer recht op hun poten kunnen staan, waarvan de neus zo kort is gefokt dat ze niet eens adem kunnen halen. Honden waarvan het lijkt of ze aan de drugs zijn omdat ze niet eens meer bewegen. Die keurig neergezet moeten worden, het ene pootje iets naar voren, het andere iets opzij om zo voordelig mogelijk uit te komen voor het figuur dat men keurmeester noemt.
Ik ben gestopt met het fokken van showhonden en ik ga er alang niet meer naar toe. Ik vind het nu de hoogste vorm van vernedering voor "man's best friend". Ik wordt misselijk als ik die hondenliefhebbers zie applaudisseren als er weer iemand een "kampioenstitel" heeft weten te plakken op een kreupel en hersenloos schepsel enkel en alleen bij de gratie van een of ander onnozele figuur met het woord keurmeester op zijn jas, die niet in staat is goed van slecht te onderscheiden. "Onnozel ?" ja, want kon hij goed van slecht onderscheiden dan was hij niet daar op die tentoonstelling. Waarbij het dan nog het ergste is dat dit "genenmateriaal" moet bijdragen aan de ontwikkeling van een bepaald ras.
Bijna Iedereen doet stevig mee om de Boerboel naar de vernieling te helpen. Want de punten zijn heilig. kijk naar wie de meeste aandacht uitgaat. Juist, naar die fokkers die zogenaamd aan de top meedraaien omdat ze elk jaar 5 a 10 nesten fokken. Een beginnende fokker staat onderaan.

Ik vecht niet tegen tentoonstellingen of tegen sportafrichting. Dat is mijn interesse niet. Het is geen oorlog tussen diensthonden en werkhonden. Tenminste, niet zolang ze allebei blijven op het terrein waar ze voor gefokt zijn. Nee, het gaat om het gevecht van die enkele fokker ter wereld die pal naast zijn Boerboel blijft staan en zich inzet om zijn dieren te behoeden voor verval. Mensen die dwars tegen de politiek van showring of sportclub heel bewust bezig zijn met het fokken van kwalitatieve Boerboels. Mensen die niet heet of koud worden van puntjes, lintjes of bekers. Die niet vooraan onder de schijnwerpers willen staan. Mensen die niet op elke sociale site bij elke foto roepen ,oh,ah,mooi
Maar die Boerboels fokken, die hersens hebben. Boerboels die het verschil kennen tussen gevaar en geen gevaar en zo stabiel van karakter zijn dat ze het ene moment de hand van een kind likken maar een seconde later een aanvaller kunnen afschrikken , zonder dat de geleider maar de minste angst behoeft te hebben dat de hond daarna ook het kind zal aanvallen.

Onze Boerboels zijn het gevecht meer dan waard. Honden begrijpen veel meer dan wij ooit zullen weten. Ze voelen stemmingen en intenties feilloos aan. Daarom zijn Boerboels juist ook zo waardevol. De therapeutisch waarde van de hond wordt ons pas de laatste jaren een beetje duidelijk. De mensen van de VZW Chakka, die met hun honden b.v. gehandicapte kinderen bezoeken zullen dit direct kunnen beamen.
Boerboels voelen feilloos onze bedoelingen, onze stemmingen, onze angst. En ondanks onze tekortkomingen, onze verwerpelijke fokprogramma's die honden opleveren met genetische problemen, is er geen enkele dier dat zo duidelijk de wil tot dienen, tot beschermen laat zien als de Boerboel.

Dit is wat ik denk. En het kan mij niet schelen wat jij er van denkt. Het is tijd dat we ons realiseren wat we aan het doen zijn en gaan werken aan de toekomst voor onze Boerboels. Ik ben er van overtuigd dat deze waardevolle vrienden meer en beter verdienen dan nu het geval is. 

Temparament

Ah Temperament! Het oude en veel gebruikte  Woord! Wat is het? Hoe kun je het definiëren en scheiden van de verschillende kenmerken in het temperament om te selecteren / deselecteren ? Wat moet het worden?
We hebben dit ras in onze handen en in onze huizen. Historisch gezien een grote groep van nuttige boerderij bastaarden, die samenkwamen om ons ras ongeveer 30 jaar geleden vorm. te geven ,Waren deze honden huisdieren? Over het geheel zou ik zeggen van niet. Misschien een of twee waren de familie favorieten, maar over het algemeen waren het waakhonden die buiten leefden op het erf.
Het fundamentele ding was, de sterkste en meest intelligente en eenvoudig te beheren overleefde, net als het proces van natuurlijke selectie. Toen kwam de tijd dat we hun in kennels zetten en in huis haalden en ze naar een standaard gingen fokken. Wat is er veranderd? Geen natuurlijke selectie. Wij behandelen de  ziektes,maken excuses  voor wel of niet voor het temperament van de honden die we fokten . Ongetwijfeld de conformatie is verbeterd, maar conformatie is geen walhalla
de wetenschap is het? We hebben een set van richtlijnen genaamd;The Breed Standard;De Heilige Graal van de hoge beoordeling scores; en we kunnen meten, wegen en zien met eigen ogen wat goed is en wat is er mis met een hond, of toch zouden moeten kunnen. conformatie Fokken  is relatief gemakkelijk. Selecteer de ouders met de gewenste fysische eigenschappen, selecteer pups met die eigenschappen en uiteindelijk, vroeg of laat, stelt u deze eigenschappen vast.
Ervan uitgaande natuurlijk dat je kiest voor de juiste balans van eigenschappen en je hebt genoeg kennis van basis genetika  om de kansen in uw voordeel te keren, Je moet geen genie  zijn om goed exterieur te fokken. Maar hoe zit het met temperament? Je kunt het niet zien, wegen of meten,
Ik heb het geluk om te leven met een  van de meer ouderwetse honden. Mijn oudste hond gaat terug naar de oprichter van Avontuur honden en EBBASA ,  Haar conformatie voor de normen van vandaag is eerlijk gezegd, slecht.
en hier zit hem de kneep, zij is de moeilijkste, zwaarste, meest gehoorzame, betrouwbare, loyale en beschermende hond die ik zelf bezit, maar zij is ook geen huisdier . zij  hunkerd niet naar affectie of aandacht, in feite het tegenovergestelde.  zij is een ongelooflijke lezer van mensen en situaties en zal niet terugdeinzen voor een bedreiging. Voorspelbaar en gemakkelijk  rond je te hebben, als je haar kent en kan lezen . zij is een slapende draak.
Mijn nieuwe generatie honden zijn verschillende, waaronder een aantal zelf  gefokt . Hun conformatie is een grote verbetering en ze hebben glamour, stijl, rastype en al die goede dingen, maar ... ze hebben niet dezelfde magie. Ik zou zo ver gaan als te zeggen dat ze  moeilijker te beheren zijn en minder tolerant, intelligent en betrouwbaar. Maar, ze zijn meer aanhankelijk, afhankelijker en zachter, dus mogelijk zit er een beter huisdier in voor in huis, met enig voorbehoud
Er zijn uitzonderingen en die hebben de neiging om terug dichter bij de oude honden dan de anderen gaan.  nu ben ik op weg  om mijn eigen kweek te veroordelen , maar het is waar. Ik  worstel voortdurend met het idee van wat is het beste. Is het tijd om verder te gaan en het oude temparament over te laten aan de geschiedenis boeken als legende
Lets face it de meeste honden  leven niet meer op de boerderij, ze wonen in huizen en kennels en de oude stijl en temperament zijn niet meer noodzakelijkerwijs geschikt zijn voor een eigenaar die zijn hond willen knuffelen en mee nemen naar de stad of zelfs ermee in de stad gaan /willen wonen.
Tuurlijk,Dit kan worden gedaan, maar het is niet waar ze het beste in zijn. Dus moeten we meegaan met de tijd of moeten we fokken trouw aan de oude honden? Zijn er voldoende eigenaren die  een oude stijl Boerboel willen? Zijn er genoeg mensen die fokken, die toegang hebben tot oude stijl honden om het verschil te kennen ?  Waar zien we dit ras  in de komende 30 jaar? 

woensdag 3 februari 2010

HKB en ILEGALITEIT

Fokbeleid HKB, Ilegaliteit en wetgeving


Wat is fokbeleid ?
Fokbeleid richt zich op de verantwoordelijkheid van de persoon (de fokker), die (bewust of onbewust) bepaalt dat juist die combinatie van ouderdieren nageslacht zal leveren. Maatregelen in fokbeleid richten zich dus alleen op normen en waarden t.a.v. de erfelijke aanleg van mogelijk nageslacht. (Andere verantwoordelijkheden van een fokker zoals bijvoorbeeld socialisatie, opvoeding e.d. vallen in strikte zin niet onder fokbeleid, maar onder de zoötechnische aspecten van fokkerij

Aan alle honden binnen een ras wordt een gelijke erfelijke aanleg toegeschreven. Ik acht deze zwart-wit visie prematuur en geen recht doend aan het enorme scala aan grijstinten binnen en tussen populaties. Recent onderzoek van de Faculteit Diergeneeskunde heeft aangetoond dat de genetische diversiteit tussen honden populaties aanzienlijk varieert en dat er voor allerhande kenmerken aanzienlijke verschillen bestaan binnen de populaties. Elk van de rashondenpopulaties en elk van de niet-rashondenpopulaties zou een ongewenste genetische ontwikkeling kunnen doormaken, waarin (ongewild) de erfelijke aanleg voor afwijkend gedrag algemener wordt. Ik ben van mening dat al deze populaties even belangrijk zijn, ongeacht de gebrekkige infrastructuur en bereikbaarheid van de niet-rashond groepen. Ik acht het derhalve niet reëel om rashondenfokkerij strikt te reglementeren terwijl in de niet-rashondenfokkerij in feite onbeperkte vrijheid de norm blijft.
In die gevallen waarin zou blijken dat erfelijkheid in een bepaalde populatie van grote invloed is, zullen maatregelen met toegespitst fokbeleid zinvol zijn. Effectief fokbeleid moet plaatsvinden binnen de genetische ruimte die de populatie te bieden heeft. Elke groep heeft eigen karakteristieken t.a.v. de genetische diversiteit en de verspreiding van de te bestrijden kenmerken (w.o. agressie, ziekten). De meest effectieve bestrijding van een kenmerk is in grote mate afhankelijk van de bovengenoemde verdeling. Zo zal de keuze tot bestrijding sterk bepaald worden door de vraag of het kenmerk in slechts één familiegroep voorkomt dan wel wijder verspreid is. Dit betekent dat maatregelen die effectief verondersteld moeten worden in de éne groep, contraproductief kunnen blijken te zijn in de andere groep. Ik ben van mening dat idealiter voor elke populatie een eigen beleid zou moeten worden gevoerd om de gevolgen van ongewenste erfelijke aanleg te verminderen.
Centrale maatregelen zouden voor sommige groepen het paard achter de wagen kunnen binden. Het centrale karakter zou zich dan ook voornamelijk op het centraal verzamelen van de gegevens moeten concentreren .Deze gegevens zouden vervolgens centraal geanalyseerd kunnen worden (professionele interpretatie). In deze analyse kunnen de populatiespecifieke kenmerken mede gewogen worden. Individueel fokadvies aan fokkers berust dan uiteindelijk op centraal geregistreerde gegevens, éénduidige methodologie en specifieke populatie kenmerken.
Niet-rashondenfokkerij
Een hond kan, ook wanneer de beide ouderdieren rashonden zijn, tot de niet-rashonden behoren, omdat de nakomelingen geen deel uitmaken van de formele raspopulatie (i.e. geen stamboom hebben) en de fokker derhalve buiten het bereik van de reglementen van Rasvereniging blijft. In de onderstaande drie categorieën komen derhalve ook honden voor die volgens de genetische norm deel zouden moeten uitmaken van de rashonden populatie. Op basis van de bereikbaarheid van ‘de producent’ deelt het platform deze honden (de zgn. ‘look-alikes’) in bij de niet-rashonden fokkerij.

Het bewust of onbewust fokken van honden door particulieren buiten de georganiseerde kynologie (ongelukjes en incidentele nesten) lijkt voor mij op dit moment geen toevalsproces. Individuele genetische risico’s worden door deze fokkers uitgesloten,
De groep particulieren die op kleine, niet of nauwelijks bedrijfsmatige schaal, wel degelijk ongewenste kenmerken (agressie, welzijnsbedreigende kenmerken) nastreven. Zeker in het licht van de huidige wettelijke normen is het te verwachten, dat de fokkerij van niet rashonden een vlucht zal nemen (bijvoorbeeld de zgn. kruisingen). De klaarblijkelijke selectie, gebaseerd op agressie van ouderdieren, veroorzaakt genetische ontwikkelingen waarvan de gevolgen moeilijk te voorspellen zijn vind ik dat deze vorm van fokkerij nauwlettend gevolgd en mogelijk aan banden gelegd te worden.
Ook in deze fokkerij is er een wezenlijk risico van niet-stabiele genetische risico’s die brede populaties kunnen treffen. Grote aantallen nakomelingen geproduceerd op basis van kleine aantallen voorouders veroorzaken met zekerheid genetische verschuivingen in de populaties. Daarbij zullen ook agressiekenmerken in wisselende frequentie en in verschillende mate voorkomen. Of dit gunstig of ongunstig uitpakt is op voorhand niet te bepalen. Dus ook hier is ingrijpen wellicht noodzakelijk.

Uitvoering van fokbeleid word op dit moment onderverdeeld in rashondenfokkerij en niet-rashondenfokkerij. Idealiter zouden beleidsmaatregelen voor de hondenfokkerij in rashondenpopulaties en niet-rashondenpopulaties aan elkaar gelijk moeten zijn.
Een fokker die deel uitmaakt van de georganiseerde kynologie, maar zich toch makkelijk kan onttrekken aan de regelgeving van de rasvereniging, en daardoor een bedreiging vormt voor de effectiviteit van de bovengenoemde rasvereniging. bijvoorbeeld vanwege het stringente fokregiem en de bijbehorende disciplinaire maatregelen, tegenwoordig onttrekt toch 50% van de fokkers zich aan het centrale fokbeleid ,enerzijds om geen BTW te moeten betalen(dus winstbejag) anderzijds om vrij te zijn in het doen en laten omtrent hun fokbeleid.
Deze groep is veel moeilijker controleerbaar, maar het risico van (ongewilde) uitbreiding van overerfbare ongewenste eigenschappen is reëel. De gebrekkige organisatiegraad neemt de problematiek zeker niet weg. Bij bijvoorbeeld bewust kwaadwillige particulieren, die fokken op agressie en een vechthondenkarakter, of dìe bedrijfsmatige fokkerij waarbij de kwantiteit belangrijker is dan de kwaliteit van het product.

Het HKB zou voor beide groepen moeten gelden. Nu zijn de bedrijfmatige fokkers nog vergunninghoudend en BTW betalend, maar in de toekomst zouden zij centraal geregistreerd moeten zijn. Wanneer deze registratie naast persoons- en bedrijfsgegevens ook identificatienummers van fokproducten en hun ouders omvat, zijn Betrouwbare registratie van ouderschap gegevens mogelijk. Voor veel rashonden is dit reeds verzekerd bij de RvB,en KMH voor categorie 2 acht ik de opname van deze gegevens absoluut noodzakelijk bij een nog aan te wijzen registratuur. Ik vind het eigenlijk vanzelfsprekend dat de registratie onafhankelijk zal zijn van de ‘productie’ Ook kan men bijkomende voorwaarden aan de vestigingsvergunningen voor grote fokkers; ex- en importbeperkingen c.q. –verboden uit schrijven voor deze groep;de groep van (illegale) fokkers die volgens het HKB wel vergunningplichtig zijn, maar de regels ontduiken. Deze groep zal wellicht goed te traceren zijn door een zorgvuldige monitoring van internet ,dierenartsen en Website`s. Vervolgens kunnen de bestaande inspectiediensten (van Dierenbescherming en Bond tot Bescherming van Honden en de politie procedures in gang zetten om deze producent aan zijn HKB-verplichtingen te laten voldoen.
Vermindering van ongewenste situaties, zal wellicht niet kunnen worden bewerkstelligd via het aanpakken van oorzaken, maar wel door ontmoediging, repressie e.d.
wat wordt verstaan onder Identificatie en Registratie. Kort samengevat betekent identificatie dat een hond door een unieke code (tatoeage of chip) herkenbaar is, terwijl registratie inhoudt dat gegevens betreffende de hond ergens zijn opgeslagen, gekoppeld aan deze unieke code. waarbij dus ALLE honden in Europa verplicht geïdentificeerd zouden moeten zijn (door middel van een chip) en waarbij de gegevens zijn opgeslagen in een erkende registratie.
Op grond van het Honden- en Kattenbesluit moeten honden die bedrijfsmatig worden gefokt en/of verhandeld worden voorzien van een tatoeage of chip.Identificatie en Registratie, als aangegeven moeten in de registratie(s) worden opgenomen voor tenminste de volgende zes onderdelen:
1.     de identificatie zelf;
2.     de hond;
3.     de eigenaar;
4.     de populatie waarvan de hond deel uitmaakt;
5.     de fokker;
6.     de individueel herkenbare ouders.
Alle bestaande of op te zetten registraties dienen dus ten aanzien van deze criteria getoetst te worden.
Ook bij accidentele niet-rashonden fokkerij door particulieren worden bedoeld de incidentele nesten en de ‘ongelukjes’. De overgrote meerderheid van de eigenaren van teven, die fokker wordt, omdat een nest in aankomst is, zal begeleiding zoeken bij de dierenarts. Deze kan de fokker wijzen op de mogelijkheid aan zijn verplichting te (laten) voldoen, en deze dan desgewenst direct uitvoeren bij de teef en later bij de pups. In het geval dat een fokker zich toch onttrekt, zal de nieuwe eigenaar waarschijnlijk op jonge leeftijd (i.v.m. entingen) de dierenarts bezoeken. Wanneer blijkt dat de pup niet herkenbaar is, zal de eigenaar waarschijnlijk voldoende gegevens kunnen verstrekken om via de bestaande inspectiediensten van Dierenbescherming en Bond tot Bescherming van Honden dieren,dierenwelzijn de fokker te laten benaderen.
Iedere eigenaar die fokker wordt (met of zonder malafide intenties), is verplicht de pups te laten identificeren. Bewust niet voldoen aan deze verplichting zou op termijn nauwelijks mogelijk moeten zijn .zware boetes, Het is praktisch uitgesloten dat een pup - in welk stadium van zijn leven ook - niet het veterinaire circuit passeert.
Bedrijfsmatige fokkerij van niet-rashonden
Deze categorie is in theorie voldoende geregeld (via het nieuwe HKB), echter de mogelijkheid resteert dat een deel van de ‘productie’ voldoet aan de eisen, terwijl een ander deel onder de toonbank doorgaat. Ook bij deze pups is het slecht denkbaar dat een ‘nieuwe eigenaar’ in geval van ziekte en vaccinatie het veterinaire circuit niet passeert. Dat levert dan wel lege velden in de registratie op, maar naarmate meer honden in Europa wel geregistreerd worden, wordt dat aantal steeds kleiner.
In afwachting van een algehele wetgeving ben ik voorstander van
voor alle fokkers een registratieplicht van (de pups van) volledige nesten, vanaf een nog nader te bepalen datum, en
gelijke normen voor alle registers die aan de bovengenoemde registratieplicht meewerken.
Aanpak misstanden in fokkerij en handel.
Herleiden van erfelijke agressie
Er is momenteel geen enkele grip op het grijze circuit van niet-rashonden. Zicht op de omvang en de situering van de handel ontbreekt, waardoor herleiden van erfelijke agressie onmogelijk is en daarmee ook het geven van fokadviezen.

Argumenten anders dan voor de bestrijding van agressie

Aanpak ziekten en afwijkingen
Ziekten en afwijkingen kunnen beter geregistreerd worden als de identiteit van de hond te herleiden is. Enerzijds wordt het mogelijk een erfelijk karakter te herkennen en de bestrijding hierop toe te snijden. Fokkers kunnen hierdoor beter worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden.

Anderzijds kunnen ook infectie ziekten beter getraceerd worden, waardoor risico's voor mens en hond beperkt kunnen worden. Als gevolg van de toegenomen mobiliteit van de Europeanen, stijgt ook het aantal honden dat (bijvoorbeeld in de vakantie) geïmporteerd wordt. Vooral infectieziekten, die in Europa normaal niet voorkomen, blijken risicovol te zijn. Ook de volksgezondheid is gebaat bij de mogelijkheid infectie-risico’s via honden te kunnen traceren.
Grote hondenfokkers (broodfokkers) kunnen nog steeds (zelfs met het nieuwe HKB) een deel van de verhandelde honden voorzien van een chip en een deel buiten de boeken laten. De nieuwbakken eigenaar zal hier niet naar vragen. Opsporing en handhaving van inentings- en andere verplichtingen ingevolge het HKB worden daarmee bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt.
Zwerfdieren
Gemeenten zijn nu veel geld kwijt aan de opvang van zwerfdieren. Als iedere hond geregistreerd staat, en de geregistreerde eigenaar per definitie verantwoordelijk wordt gesteld voor de kosten van opvang van de zwervende hond, kan dit de gemeenten schelen in de kosten. Ook kan de eigenaar beter worden aangesproken op de wettelijke zorgplicht voor zijn hond, en wordt het minder gemakkelijk om een hond naar het asiel te brengen onder het mom "ik heb ‘m gevonden". Bovendien heeft de goedwillende eigenaar zijn dier veel sneller terug.

Mishandeling en verwaarlozing
Gevallen van mishandeling en verwaarlozing zijn beter op te sporen en te bestrijden. Immers, als een hond is voorzien van een chip, is de eigenaar, als verantwoordelijke, te achterhalen.

 België en Denemarken hebben I&R (indentificatie en registratie)reeds verplicht gesteld. Uitblijven van deze verplichting in andere landen biedt, ondanks de I&R plicht binnen het HKB, nog steeds ruime mogelijkheden om vanuit bijvoorbeeld Nederland honden te verhandelen zonder aan al te veel verplichtingen te hoeven voldoen, omdat altijd een deel van de honden (weliswaar illegaal) buiten de boeken gehouden kan worden. Zonder algehele I&R is het illegale karakter moeilijker, zo niet onmogelijk, aan te tonen

Honden in de Maatschappij

Honden  in maatschappij en bijtgedrag
Honden zijn onlosmakelijk verbonden met onze maatschappij. Overal waar mensen en honden elkaar ontmoeten zijn incidenten mogelijk. Het aantal betrokken burgers is daarom zeer groot. Het scala burgers varieert van fokkers, via hondeneigenaren tot burgers die slechts in de openbare ruimte met honden te maken krijgen. Het scala honden varieert van sport- en fokhonden in de strikt georganiseerde kynologie, tot huishonden met een minder uitgesproken functie en opleiding. In dit spectrum is een gedifferentieerd pakket aan maatregelen nodig die de doelstellingen van preventief beleid kunnen realiseren. De organisaties onderkennen echter dat nog veel kennis ontbreekt zowel ten aanzien van de frequentie van ongewenst gedrag als ten aanzien van de aard, oorzaken van en aanleiding tot dit gedrag.
PROBLEEMDEFINITIE
Bijtgedrag van honden is slechts één aspect van maatschappelijk ongewenst gedrag van honden in Europa. De probleemdefinitie is derhalve een zeer gecompliceerde vraag-stelling. Allerhande oorzaken kunnen voor een hond aanleiding zijn zich agressief te gedragen dan wel te bijten. Voor de aanpak van een preventiebeleid inzake agressief gedrag van honden in de samenleving wordt er door mij vanuit gegaan dat het hierbij in grote lijnen om de volgende oorzakelijke aspecten gaat. Een hond neigt sterker tot agressief gedrag (mogelijk leidend tot een incident) naarmate:
de erfelijke aanleg van de hond ongunstiger is
De erfelijke waarschijnlijkheid wordt bepaald op het moment van conceptie. De fokker is de verantwoordelijke voor de keuze voor een bepaalde oudercombinatie en vormt daarmee de doelgroep voor de preventie van ongunstige erfelijke predisposities (erfelijke aanleg). 
de leerprocessen die de hond onderging minder adequaat zijn
Het leren van de hond is in feite het conditioneren van gedragsresponsen op allerlei situaties. Adequate leerprocessen bereiden de hond voor op het vertonen van gewenst gedrag onder de meest ‘gewone en te verwachten’ omstandigheden. Fokkers en de eigenaren zijn verantwoordelijk voor de leerprocessen die de hond doormaakt, en daarmee doelgroep.
de omstandigheden uitzonderlijker zijn
Naast erfelijke aanleg en doorgemaakte leerprocessen kunnen ‘uitzonderlijke’ situaties zodanig zijn dat de hond geen andere uitweg ziet dan agressie. Een situatie is uitzonderlijk als de hond hierop niet is voorbereid door middel van zijn leerprocessen. Deze uitzonderlijke omstandigheden kunnen door iedereen worden veroorzaakt.
Op het niveau van een specifiek incident moeten we ons realiseren dat alle bovengenoemde factoren gezamenlijk een belangrijke rol kunnen spelen. Elke betrokken hond heeft een unieke combinatie van deze drie factoren, die klaarblijkelijk tot het incident hebben geleid. Zou een agressief gepredisponeerde hond een dermate goede training kunnen ontvangen dat een bijtincident ook in de meest extreme situatie onwaarschijnlijk wordt? Zou een hond zonder aanleg in geval van niet optimale leerprocessen toch incidenten kunnen veroorzaken? Kan de situatie waarin een hond terechtkomt, dermate bedreigend worden dat een niet agressief gepredisponeerde hond met goede leerprocessen, toch bijt? Naar alle waarschijnlijkheid moeten deze vragen alle positief beantwoord worden. Welke situatie komt echter het meest voor?
Op het niveau van incidenten in het algemeen
is het derhalve van belang om inzicht te hebben welke van de drie bovengenoemde factoren voor de gehele hondenpopulatie de meeste invloed heeft (de zwakste schakel). Bij gebrek aan onderzoek en registratie zal vooralsnog het antwoord op deze vraag niet gegeven kunnen worden. Een bepaalde factor zou weliswaar van weinig invloed op de hond in het algemeen kunnen zijn, maar zou voor specifieke groepen wel grote gevolgen kunnen hebben. Door het ontbreken van deze kennis is een groepsspecifieke aanpak echter vooralsnog prematuur en vatbaar voor kritiek. Binnen de organisaties zijn, vanuit verschillende invalshoeken, op het gebied van agressie vooral veel praktijkervaringen beschikbaar. Vanuit de wetenschappelijke ethologische literatuur zijn wel inzichten in oorzakelijke relaties voorhanden, maar helaas zijn er nog weinig epidemiologische gegevens beschikbaar die een indicatie opleveren t.a.v. de frequentie van voorkomen van elk van deze ervaringen en relaties.
Voorlichting    de oplossing ?
Voorlichting ter bestrijding van agressie door honden is met name inzetbaar in de bestrijding van oorzaken die niet of zeer moeilijk door regelgeving kunnen worden afgedekt. Later zal ik een overzicht van deze factoren gegeven, waarbij de genetische factor (i.e. fokbeleid) uitgebreid besproken wordt Voorlichting zal zich daarom vooral moeten richten op optimalisatie van leerprocessen bij de hond en het vermijden van extreme situaties. Kinderen nemen hierbij een aparte plaats in en zullen derhalve als aparte voorlichtingsgroep aan bod moeten komen.
Overwegingen Leerprocessen
Hoewel de hond in principe zijn gehele leven in staat is leerervaringen op te doen, is met name de eerste fase van zijn leven, ‘de socialisatie’, de meest invloedrijke. In het leven van de hond zijn de eerste weken/maanden essentieel voor de verdere ontwikkeling. In deze periode leert de pup niet alleen "wie en wat" hij is (de inprenting), maar ook hoe de wereld eruit ziet en hoe hij zich hoort te gedragen om zich in die wereld staande te houden (de socialisatie). Dat betekent dat alles wat hij in deze periode als positief of negatief ervaart, een onuitwisbare indruk achterlaat. Krijgt een pup in deze periode de verkeerde indrukken, dan kan hij niet-gewenst gedrag ontwikkelen, hetgeen een hond kan opleveren met angstgedrag en mogelijk een lage bijtdrempel.

De fokker en later de eigenaar geven invulling aan de leerprocessen in deze fase. Een fokker (zowel de gelegenheidsfokker als de professionele) die verantwoordelijk met zijn nesten omgaat, zal er dus voor zorgen dat het de pups ook in het socialisatieproces aan niets ontbreekt; zij dienen een veelheid aan verschillende indrukken op te doen en die zonder angst te leren accepteren. Dit vergt een behoorlijke inspanning van de fokker omdat in wezen elke pup individueel moet worden begeleid. Om die reden acht ik bij een extreem grootschalige fok van honden het risico van gebrekkige socialisatie onaanvaardbaar groot. Fokkers die op deze wijze bezig zijn, zouden op enigerlei wijze overtuigend moeten aantonen dat de pups ook uit het oogpunt van socialisatie niets tekort komen. Het verbaast het platform dat in het HKB wel allerhande eisen t.a.v. de inrichting van de verblijven, vakbekwaamheid van de beheerder e.d. gesteld worden, maar dat de zeer belangrijke socialisatie niet aan enige regelgeving wordt onderworpen. En dat terwijl het maatschappelijk functioneren van het ‘product’ veel meer afhankelijk is van zijn socialisatie dan van zijn ligmatje. Voorlichting over optimale socialisatie zal zich dan ook allereerst op fokkers moeten richten.
De voorlichting met betrekking tot de niet-rashonden, met name van de niet bedrijfsmatige fokkers (particulieren), zou kunnen plaatsvinden door bijvoorbeeld folderverspreiding via dierenarts en dierenspeciaalzaak. Naar verwachting zal de grote meerderheid van deze fokkers contact zoeken met een dierenarts in verband met de op handen zijnde bevalling van een drachtige teef, terwijl in de praktijk in dergelijke situaties ook vaak advies wordt gevraagd in de dierenspeciaalzaak. Voor de uitvoering van fokbeleid voor niet-rashonden, en dan vooral de bedrijfsmatige, zal in overleg met de sector een verantwoordelijke organisatie bij de uitvoering van het beleid betrokken moeten worden. Ook zouden dierenartsen hier een rol kunnen vervullen.
Voorlichting opvoedingsadviezen aan eigenaren
Eigenaren vormen uiteindelijk de tweede belangrijke groep, die bepalend is voor de leerprocessen en socialisatie van de hond. Meer nog dan bij fokkers is er een zeer grote diversiteit in deze doelgroep. omwille van de voortdurende toestroom van ‘nieuwe eigenaren’ tot de doelgroep, vind ik is een min of meer permanente voorlichting noodzakelijk, alsmede een stimuleringsbeleid voor het volgen van gehoorzaamheidscursussen en in een later stadium gedragstesten. Vroeger of later zal de overgrote meerderheid van eigenaren in contact komen met één van de groepen die als voorlichtingskanaal kunnen dienen: bijvoorbeeld dierenartsen, trimsalons, dierenspeciaalzaken, kynologen clubs, hondenscholen, rasverenigingen, dierenpensions- en asielen, opleidingscentra e.d.
stimuleringsbeleid voor deelname aan gehoorzaamheidscursussen moet door fokkers verder worden uitgewerkt en worden gestimuleerd. Hierdoor zullen de leerprocessen van de hond gunstig beïnvloed worden, terwijl de kans op het ontstaan van extreme omstandigheden door menselijk toedoen, kleiner wordt. Naar de ervaring van diverse organisaties hebben deze cursussen een bredere impact dan alleen het voorkomen van agressief gedrag bij honden: zij verbeteren gedrag in het algemeen. Een Engelse campagne voor ‘Good Citizenship’ is zeer succesvol gebleken. Certificering met een diploma voor ‘Good Citizenship’ bleek een uitstekend middel om de deelname aan deze trainingen te stimuleren. Ook de overheid kan hieraan een bijdrage leveren door algemene voorlichtingscampagnes. De brede invalshoek van de cursussen, zo leert de ervaring, leidt tot een goede verstandhouding tussen mens en hond en gegeven het feit dat incidenten voor een belangrijk deel in de directe omgeving van de eigenaar en zijn gezin plaatsvinden, acht het platform deze methode uiterst relevant.
In Nederland en België  worden vele goede gehoorzaamheidscursussen gegeven. Het is echter niet op voorhand mogelijk om de kwaliteit van een cursus te garanderen. Ik ben dan ook voorstander van een erkennings- en/of certificeringsregeling van cursussen. De kwaliteit van het onderwijs moet in deze bepalend zijn.
Mogelijkheden zijn: een erkenningsregeling voor gehoorzaamheidscursussen in het leven roepen, om de eigenaren voldoende kwaliteit te kunnen garanderen. Bijkomende voordelen zijn dat er éénduidige criteria worden aangelegd die ook goed herkenbaar zijn voor verschillende instanties, zoals gemeenten, politie, verzekeringsmaatschappijen etc.
een certificaat als het ‘Good Citizenship’ zou door middel van bijvoorbeeld een koppeling aan de hondenbelasting gestimuleerd kunnen worden. Mits (1) de hond afdoende geïdentificeerd is en (2) het diploma van de cursus erkend is.
Op termijn zou gedacht kunnen worden aan het stimuleren van deelname aan gedragstesten door hondeneigenaren.
Voor alle duidelijkheid: gedoeld wordt op de vrijwillige testen en niet op de min of meer verplichte agressietesten
Een gedragstest attendeert een eigenaar meer dan in het verleden mogelijk was op de potentiële risico’s. Bovendien verbetert een dergelijke test het inzicht in populatie specifieke gedragskenmerken, en daarmee de selectie tegen mogelijk aanwezige erfelijke aanleg. Hoewel in de eerste plaats gedacht wordt aan rashonden in verband met de bereikbaarheid van de eigenaren, zouden eigenaren van niet-rashonden niet van dergelijke testen uitgesloten moeten worden.
Voorkómen van extreme situaties
Zoals eerder genoemd zijn de omstandigheden, de prikkels die gezamenlijk op een hond inwerken, mede verantwoordelijk voor de kans dat een bijtincident ontstaat. In principe kan iedereen van de gehele naaste bevolking bij tijd en wijle deel uitmaken van deze groep. Zodra de openbare ruimte betreden wordt, is het denkbaar dat mens en hond enige vorm van interactie aangaan. Nog meer dan bij de eigenaren is deze groep divers, variërend van andere eigenaren, tot hondenhaters, van oud tot jong. Ongewild kan eenieder voor een hond een dermate grote bedreiging vormen, dat agressie het gevolg is.

Met name kinderen blijken, o.a. uit het rapport van Consument en Veiligheid, een grotere kans te hebben slachtoffer te worden van een hondenbeet. Als een kind gebeten wordt, is vervolgens de schade relatief groter. Medische behandeling is dan ook regelmatig noodzakelijk. Gezien de kwetsbaarheid van kinderen is toegespitste educatie voor deze groep van essentieel belang. Met name de optie om via voorlichting op scholen kinderen uitgebreid voor te lichten over de omgang met honden, wordt door mij positief beoordeeld. Deze richt zich op de meest kwetsbare groep en vergroot structureel de kennis van de volwassenen van de toekomst. Ook al ligt de oorzaak van een bijtincident vaak niet direct bij het kind, dan nog is het, ter vermindering van het aantal bijtincidenten waarbij kinderen gewond raken, alsmede ter vermindering van de ernst van deze bijtincidenten, belangrijk dat kinderen worden voorgelicht over de omgang met eigen honden en de omgang met honden op straat.
Nog wat statistieken

Er is een vragenlijstonderzoek uitgegeven onder slachtoffers van hondenbeten, die zijn behandeld op een SEH-afdeling van een ziekenhuis. Van 164 slachtoffers werd een bruikbare ingevulde vragenlijst ontvangen. De respons was ruim 50%.
De responsgroep is wat betreft leeftijd en geslacht representatief voor alle slachtoffers van hondenbeten die zich op de SEH-afdeling hebben laten behandelen.

ONGEVALCIJFERS
Jaarlijks moeten gemiddeld  240 slachtoffers in het ziekenhuis worden opgenomen, dit aantal is vrij constant gebleven. Relatief veel slachtoffers zijn jonger dan tien jaar.
Het aandeel slachtoffers in de leeftijd van 0 tot 9 jaar dat op de SEH-afdeling van een ziekenhuis behandeld wordt is niet zo groot (14%) als bij de opname in het ziekenhuis.
Kinderen worden relatief vaak in het hoofd gebeten, terwijl oudere slachtoffers meestal in armen of benen worden gebeten. Dit geldt zowel voor slachtoffers die behandeld zijn op de SEH-afdeling als voor slachtoffers waarvoor een opname in het ziekenhuis noodzakelijk was.
Iets vaker zijn mannen het slachtoffer van een hondenbeet als vrouwen.omdat vrouwen vaak voorzichtiger zijn dan mannen
Voor deze gegevens is gebruik gemaakt van de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS, de Landelijke Medische Registratie (LMR) van SIG Zorginformatie, het Letsel Informatie Systeem (LIS) van Consument en Veiligheid.
RAS VAN DE HOND Als gekeken wordt naar absolute aantallen dan blijken Rottweilers en Retrievers (Golden en Labrador) de meeste bijtwonden te veroorzaken.
Samen zijn zij verantwoordelijk voor 35 % van de beten met rashonden.
Als rekening wordt gehouden met de rashondenpopulatie in Nederland en België dan blijken vooral Rottweilers, Mechelse Herders en Bull Terriërs vaak te bijten. De Tervuense Herders, American Staffordshire Terriërs en Pit Bull Terriërs bijten ook vaker, al komt de precieze hoogte van het relatief risico minder eenduidig uit de gegevens naar voren.

OVERIGE KENMERKEN         Van de slachtoffers was 31% eigenaar van de hond of een gezinslid van de eigenaar, bij 45% was de eigenaar een bekende van het slachtoffer en bij 24 % was de eigenaar voor het slachtoffer een vreemde.
Slechts 15% van de bij beten betrokken honden had een functie voor waak- en verdedigingsdoeleinden.
40% heeft een of meerdere cursussen gevolgd.
Het aandeel honden dat al eerder iemand gebeten had, is toegenomen van 35% tot 50%
Van de bij beten betrokken honden is 70% een reu.
OMSTANDIGHEDEN Van de bijtincidenten die op straat, trottoir of in het bos/park plaatsvonden, was 69% van de honden NIET aangelijnd. Van de slachtoffers was 48% vlak voor het bijtincident bezig met de hond.
Uiteraard is er een groot verschil tussen de activiteit van eigenaren en niet-eigenaren.
Slachtoffers die door de eigen hond zijn gebeten, waren meestal bezig met de hond (80%), terwijl slachtoffers die door andermans hond zijn gebeten meestal geen contact hadden met de hond of met de eigenaar van de hond.
Slechts 1/3 van de respondenten zegt dat de hond kort voor het incident signalen gaf, die erop wezen dat de hond zou kunnen gaan bijten.
Activiteit
Absoluut
%
Bezig met de hond
  Spelen
  Vechtende honden scheiden
  Gewonde/zieke hond helpen
  Aanhalen
  Straffen/corrigeren
  Uitlaten
  Eten afpakken
  Aanhalen tijdens eten geven
  Pesten/treiteren
  Overig
Bezig met de eigenaar
  Praten
  Eten
  Spelen
  Overig
Anders
  Wandelen
  Brief door de brievenbus doen
  Spelen
  Fietsen
  Hardlopen
  Overig
Totaal

78
16
12
10
9
6
3
1
2
1
18
20
13
1
1
5
65
9
6
5
3
2
40
164
48
10
7
6
5
4
2
1
1
1
11
12
8
1
1
3
40
5
4
3
2
1
24

100

zondag 17 januari 2010

Barf voer ?

In de 10.000 (en mischien nog langer)jaar dat honden bij mensen leven en ingezet worden voor  talloze  klussen heeft men zich niet erg druk gemaakt over het voedsel dat aan deze werd gegeven. Voor de honden waren de resten en het afval. En in tijden van schaarste zal dat niet veel bijzonders zijn geweest.
Vanaf de tweede helft van de 19-de eeuw begint de positie van de hond langzaam te veranderen van arbeidskracht naar gezelschapsdier. Door de toenemende welvaart in de bovenste regionen van de samenleving gaat men het houden van honden steeds meer als een hobby zien, hondenshows worden populair, men gaat op ras fokken en het doel is niet langer functionaliteit voor het werk dat gedaan moet worden, maar schoonheid of dat wat er in de ogen van de fokkers voor door moet gaan. En zo ontstaat als bijna vanzelfsprekend ook meer aandacht voor het voedsel.
Rond 1860 worden de eerste industrieel geproduceerde hondenkoekjes op de markt gebracht, Spratt’s hondenkoekjes. Vanaf dan is er nog een lange weg te gaan tot de keur aan hoogwaardige hondenvoeders, die nu in de schappen staan. Het voer voor de honden is zeker geen afval meer, maar een op basis van wetenschappelijk onderzoek uitgekiende combinatie van alle benodigde voedingsstoffen.
Wat valt er voor een hondeneigenaar, die zijn gezelschapsdier nu bijna als volwaardig gezinslid ziet, nog meer te wensen, dan dit goede en verantwoorde voer? Helaas er is al wat langere tijd een beweging gaande van mensen die niets moeten hebben van de brokken, zij willen hun honden anders voeren, industrieel voer deugt niet, zij willen ‘terug naar de natuur’. Eigenlijk betekent dat, de honden weer rond laten scharrelen op de afvalhopen van de mens. Daar is de hond ontstaan en dat is zijn natuur. Maar dat is de bedoeling niet, ‘terug naar de natuur’ is de hond laten eten als de wolf.
Dat de hond geen wolf is, alleen een familielid, wordt voor het gemak vergeten. Er moet ge-BARFt worden, waarbij BARF staat voor‘Biologically Appropriate Raw Food’ of ook ‘Bones And Raw Food’.Hoe die maaltijden worden samengesteld, hangt af van welke goeroe, meestal een zweverige kwakzalvende dierenarts,of forum  men volgt. Maar in grote lijnen bestaan de maaltijden uit rauwe vleesbotten, spiervlees, orgaanvlees, gepureerde groentes en aanvullingen zoals rauwe vis en eieren.
De hond af en toe eens rauw vlees geven kan waarschijnlijk geen kwaad, maar om een essentieel deel van zijn maaltijd ook uit botten (die niet alleen bekluifd, maar ook opgegeten dienen te worden) te laten bestaan is een ander verhaal, dat is wel degelijk schadelijk. Via internet verspreidt zich deze manier van voeren als een lopend vuurtje. Wereldwijd halen fanatieke aanhangers op mailinglijsten en hondenfora hondenbezitters over om vooral ook zo te voeren. En wie dat niet doet en liever de vertrouwde en veilige brokken voorzet, wordt welhaast een schuldgevoel aangepraat.Door een grote uitleg wat er wel in hondenvoeders verwerkt wordt,van dooie honden en katten tot besmet afval vlees.
Dit schuldgevoel wordt versterkt, omdat de BARFaanhangers een wonderbaarlijk genezende uitwerking voor hun dieet claimen. Allerlei kwalen en kwaaltjes verdwijnen als sneeuw voor de zon als de honden maar rauw vlees en groenteprut wordt voorgezet. Dat daar geen enkel objectief  bewijs voor is behalve hun eigen getuigenissen, mag geen verbazing wekken.
Behalve het BARFdieet, waar de nodige vraagtekens bij gezet kunnen worden, grossieren de meeste propagandisten ook nog in allerlei alternatieve ‘geneeswijzen’. Als de rauwe botten, de vissenkoppen en de lappen vlees toch niet de veronderstelde uitwerking op de gezondheid van het dier hebben gehad, dan wordt aangeraden de toevlucht te zoeken tot homeopathie, acupunctuur, Bach Bloesems, orthomoleculaire middelen en meer van die onzinnigheden. Een ziek dier hiermee behandelen is het dier onthouden van medische zorg en dat grenst voor mij aan dierenmishandeling.

In 2006 kwam een boekje uit van een Nederlandse BARFgoeroe, getiteld ‘Voer voor carnivoren’. 
Voer voor carnivoren, een kritisch commentaar

In het eerste hoofdstuk ‘De verantwoording’ verwoordt de schrijfster zelf al een bezwaar dat ik tegen haar theorie heb: ‘Het grootste gedeelte van wat ik hier vertel berust op ervaringen, niet op wetenschappelijk onderzoek.’ (p. 9/10) Ze vindt dat wetenschappelijk onderzoek ook niet nodig, alhoewel ze later wel wat klagerig doet dat er alleen voor brokken onderzoeken zijn gedaan en niet voor het ‘vers voeren’ (p. 23). Maar ja, dat zal toch op initiatief van de versvoerders zelf moeten gebeuren, wie wat beweert moet zelf het bewijs leveren!
Maar goed, we moeten het met de ervaringen doen, dan daar maar eens naar kijken. 
Nou het grenst allemaal aan het wonderbaarlijke! Vers voeren (op de door haar beschreven manier) of het geven van diepvriesvoer is niet het gewoon geven van eten, nee het is bijna een medicijn dat wel tegen alles schijnt te helpen, ik citeer:
‘Huidproblemen, oorproblemen, hyperactiviteit maar ook epilepsie en andere ziekten verdwijnen als sneeuw voor de zon. Niet in alle gevallen verdwijnen de klachten helemaal maar bijna altijd wordt het aanmerkelijk beter’ (p. 10)
Waar heeft zij al deze ervaringen verzameld?
Ten eerste door haar eigen honden en katten zo’n 7 jaar geleden op de door haar gepropageerde wijze te gaan voeren.
Heel opmerkelijk is haar ervaring die ik maar ‘de wonderbaarlijke terugkomst van het pigment’ noem, weer een citaat:
‘Mijn eigen 10 jarige zwarte dwergpoedel , was al behoorlijk grijs geworden. Zijn hele snuit was grijs en er zat een grijze waas over zijn hele vacht. Op die leeftijd ben ik begonnen met vers te voeren en binnen 2 maanden was hij weer pikzwart. Zelfs toen hij dood ging op 16 jarige leeftijd, was hij niet zo grijs als toen hij was.’(p. 19) Ik zou het voor mezelf bijna ook willen gaan proberen!
Een andere bron van ervaringen komt voort uit haar eigen dierenartsenpraktijk voor alternatieve geneeswijzen. Persoonlijk vind ik dat niet de betrouwbaarste bron. Daarnaast baseert ze zich op de ervaringen die gemeld worden op internetfora en e-maillijsten. Een ieder die een tijdje meeleest op dergelijke fora en lijsten weet dat de ervaringen hier zeer gekleurd worden weer gegeven. Er heerst een aanzienlijke groepsdruk om alleen positief getinte zaken over vers voeren, BARF en dergelijke te vermelden. Honden- en katteneigenaren die niet enthousiast meejuichen over de zegeningen van het ‘natuurlijke voeren’ zullen zich al snel minder op hun gemak voelen binnen deze internetforums.
Mij overtuigen deze ervaringen dus geenszins, maar ook zij zelf neemt een beetje terug van haar sterke beweringen: ‘Nu beweer ik niet dat honden en katten die rauw voedsel eten nooit ziek worden of tumoren krijgen. Helaas is dat niet zo, maar het is wel degelijk zo dat de honden en katten op rauw voedsel veel minder kleine klachten hebben’  (p. 18)
Bij de eerste zin dacht ik, ‘gelukkig, ze is weer geland’, helaas wordt dit positieve gevoel bij de tweede zin weer de bodem ingeslagen. Hoe weet zij dit? Heeft zij of een ander ooit een gestructureerde vergelijking gemaakt? Ze maakt er in ieder geval nergens melding van.

 Zij en andere Goeroe`s  zijn dus van mening dat ‘vers voeren’ wonderen bewerkstelligt voor de gezondheid. Maar wat is de verdere basis van hun theorie?
Ze gaan er van uit dat wolf en hond qua gebit en maagdarmkanaal nog hetzelfde zijn. De romantische gedachte dat een hond nog een wolf is heeft hun flink te pakken. Maar, helaas voor hun, ik ben er wel blij mee, een hond is geen wolf. De hond is wel verwant aan de wolf, maar heeft zich na de afsplitsing anders ontwikkeld. Een hond is een diersoort die ontstaan is op de afvalhopen van menselijke nederzettingen. Een diersoort die zich heeft aangepast aan de voeding van de mens en dat is verhit en bewerkt voedsel.Wij stammen ook van de apen af,maar eten ook niet alleen bananen en slingeren ook niet door de bomen.  Zij  vinden dat echter niet ‘natuurlijk’ en willen de honden weer gaan voeren op de manier zoals wolven eten, in ieder geval het moet daar een beetje op lijken.

Brokken en blikvoer, de zogenaamde commerciële voeders, passen dus beslist niet in dit ‘back-to-nature’ plaatje en moeten het ontgelden:
‘Zo’n 60 jaar geleden bestonden al die commerciële voeders nog niet en toen werden onze honden en katten ook oud. Toen kregen ze pens en botten en etensresten. En volgens mij kwamen er toen heel wat minder allergieën en tumoren voor.’ (p. 20) Makkelijk gezegd en het doet het wel goed om huisdierbezitters ‘wakker te schudden’, maar klopt het wel?
Door de toegenomen welvaart hebben mensen nu ook geld om met hun huisdier naar de dierenarts te gaan. Meer dierenartsbezoek betekent ook meer diagnose van ziekten, dat betekent niet dat ze meer voorkomen, ze worden wel meer herkend. Door die toegenomen veterinaire zorg en het betere voedsel (industrieel compleet voer) worden de huisdieren ouder en bij oudere dieren zullen ook meer tumoren kunnen worden waargenomen. En de allergieën, het is best mogelijk dat daar een toename van is te constateren, maar Koning verzuimt te vermelden dat de wijze waarop rashonden de laatste halve eeuw zijn gefokt een gigantisch genenverlies in de populaties in de hand heeft gewerkt. Die kleine genenbasis uit zich als eerste in een smaller spectrum van het immuniteitscomplex (MHC), dus meer kans op allergene aandoeningen.

Wat betreft de vergelijking tussen commercieel voer, ik noem het voor het gemak vanaf hier brokken, en het ‘vers voeren’ hebben de Goeroe`s een in mijn ogen onlogische redenering op poten gezet, die ik ‘de theorie van het verstandige lichaam’ heb gedoopt.
Brokken zijn afgestemd op de ‘gemiddelde hond of kat’. Maar dat is volgens de Goeroe`s  helemaal fout, want de gemiddelde hond of kat bestaat niet. En daarin hebben ze gelijk, maar dat de brokkenmakers daar op in proberen te spelen door voer samen te stellen voor verschillende levensstadia en activiteitenniveau’s kan ook weer niet door de beugel, dat is volgens hun niet nodig. Het volstaat om de boek auteur haar voedingswijze toe te passen, het dier haalt daar zelf uit wat het nodig heeft. (p. 19 en 34).
zzij  beweert verder dat er in brokken stoffen zouden zitten die schadelijk/niet nodig zijn en die stapelen zich dan weer in het lichaam en veroorzaken schade. Maar zitten die niet in haar voedsel? Natuurlijk wel, daar zit ook genoeg in wat het dier niet kan gebruiken. Maar blijkbaar is het lichaam van het dier zo slim om uit het versvoer a la Barf-Goeroe`s  wel het juiste te pikken en als het brokken krijgt daar niet meer toe in staat te zijn. Nog afgezien van het feit of er zo’n intelligent proces in het lichaam zou bestaan is de redenering volstrekt onlogisch.

Een grote boosdoener in de ogen van Barf-Goeroe`s  is het graan dat verwerkt wordt in brokken. Een wolf eet geen graan, dus zou het niet goed zijn voor een hond. Dit baseren ze op de verkeerde gedachte dat een hond een wolf zou zijn. Maar een hond is een hond en heeft altijd al de bewerkingen van graan door de mensen gegeten. Het is altijd een normale voeding voor de hond geweest.
Het vlees dat in brokken is verwerkt kan ook al niet op de goedkeuring van de boek-auteur rekenen. Het zijn geen lappen rauw vlees of rauwe botten, maar een tot vleesmeel gemaakt product en dat is niet ‘natuurlijk’ dus slecht. Ze vergeet voor het gemak dat de hond van oudsher, als ie al vlees kreeg, ook in hoofdzaak ‘bewerkt’ vlees heeft gegeten. Een geslacht dier werd vroeger geheel verwerkt, er zal maar heel weinig zijn geweest dat vers/rauw werd gedumpt, alle onderdelen staart, oren, ingewanden, testikels, ogen men had er wel een bewerking voor om het te conserveren en te nuttigen. En botjes met vlees eraan zullen echt niet zijn weggegooid. Over de kwaliteit van het vlees dat uiteindelijk op de afvalhoop terecht kwam of de hond werd toegeworpen kun je romantische ideeën hebben, ik denk dat de realiteit heel wat minder was.
Maar behalve dat ze het vleesmeel afkeurt, komt ze met nog een ander konijn uit de hoge hoed. Tijdens het productieproces van brokken wordt het vleesmeel samen met het graan verhit. ‘Door deze verhitting gaan de suikers uit het graanmeel reageren met aminozuren uit het vleesmeel (dit worden Maillard reacties genoemd).’ (p. 30)
Aan die die Maillard reactie, die heel natuurlijk is, verbindt ze ook weer allerlei vreselijke gevolgen, zoals kankers die bij mensen en ratten zouden kunnen ontstaan. Terwijl we dagelijks voeding eten die een Maillard reactie heeft ondergaan, het is een normale chemische reactie tussen suikers en eiwitten bij verhitting. De bruinverkleuring van gebraden vlees, de oliebol met zijn knapperige omhulsel. Slechts bij overmatige verhitting (vlees op de barbeque dat in het vuur komt) levert dit schadelijke stoffen op. Bij een normale verhitting geeft het slechts een klein verlies aan voedingswaarde, maar zorgt het er ook voor dat allerlei smaakcomponenten vrij komen.

Over de vetten die in brokken zitten volgt in het boekje van haar een soortgelijk wazig verhaal. Ze zitten er niet in, maar toch weer wel, maar dan weer niet goed, ze komt er zelf ook niet helemaal uit. Maar dan volgt wel de onbegrijpelijke raad dat als je zelf wat plantaardige of visolie wil toevoegen dit beter kan doen in de vorm van capsules dan losse olie, over ‘natuurlijk’ gesproken!

 En bijna onvermijdelijk in dit soort geschriften krijgen de brokkenfabrikanten ook het verwijt dat ze hun product vaak vernieuwen, dit zou erop wijzen  ‘……dat het vorige voer kennelijk niet helemaal compleet was’ (p. 34)
Een ‘anti-brok’ argument dat werkelijk nergens op slaat. Natuurlijk wordt ‘nieuw en vernieuwd!’ gebruikt als verkoopargument, maar er is ook nog zoiets als voortschrijdend inzicht. Kennis is niet statisch. Dat één van de goeroe’s van het vers/rauw gebeuren Mogans Eliasen zijn  boekwerken alleen via (te betalen) e-boeken het levenslicht laat zien, omdat hij, volgens eigen zeggen, zo zijn nieuwe inzichten direct kan verwerken zonder dat er een nieuwe druk moet komen wordt dan maar even verzwegen.